Xi of Hoogbegaafd

Objectief en subjectief

Of iemand wel of niet hoogbegaafd is, wordt in principe bepaald door een externe autoriteit, volgens een bepaalde norm (>98%) en een genormeerde toetsing, al dan niet in combinatie met andere formele vereisten. Er wordt dus gestreefd naar een objectieve diagnose door een professional.

Of iemand wel of niet extra intelligent is, kan hij/zij zelf concluderen op basis van de eigen zintuiglijke waarnemingen rond de herkenning van drie of meer van de vijf karakteristieke eigenschappen van Xi. Het gaat hier dus om het resultaat van subjectieve gewaarwordingen van de betrokkene zelf.
Ook als een professional concludeert dat iemand extra intelligent is, blijft dat een subjectieve constatering, net als wanneer een leek dat doet.

Voor veel mensen klinkt ‘objectief vastgesteld’ meer solide dan ‘gebaseerd op een subjectieve ervaring’. Maar het is praktischer om ze als twee kanten van dezelfde medaille te zien. In bepaalde situaties is de ene beschouwingswijze effectiever dan de andere en andersom.

Zo kan je, als bij een sportwedstrijd, behoefte hebben aan een objectieve norm of onpartijdige waarneming om het verschil in een bepaalde begaafdheid tussen twee personen betrouwbaar vast te stellen.
Maar iemand kan alleen zelf ervaren wat de betekenis van de eigen begaafdheid in het dagelijks leven is, wat hij/zij daar mee kan, en wel of niet prettig aan vindt.

Het verschil tussen buiten en binnen

Het essentiële verschil tussen de benadering via Xi en via hoogbegaafdheid kan ook op andere manieren worden geïllustreerd:

Via hoogbegaafdheid kijk je naar iemand van buiten naar binnen en meet, beschrijft of beoordeelt wat je waarneemt. Daarbij ben je gespitst op een bepaald niveau van resultaten.
Het is als het volgens de regels een pasfoto van iemand maken.

Via Xi faciliteer je jezelf om van binnen jezelf naar buiten te kijken en je bewust te worden wat je daarbij ervaart. Hoe is het om jou te zijn? Wat wil je van jezelf laten zien in de wereld?
Je kan het beschouwen als een uitnodiging om een zelfportret te maken.

Hoog of extra

Hoog en laag hebben een emotionele associatie met veiligheid en onveiligheid. Een ‘hoogbegaafde’ plaatst zijn/haar omgeving dus onbedoeld in een relatief ongunstiger positie, wat weerstand kan oproepen, of de behoefte om de betrokkene wat ‘lager‘ te krijgen.

Extra‘ is een meer neutrale omschrijving van de ‘overdosis’ intelligentie die Xi-ers onderscheidt van niet-Xi-ers. In die zin roept het woord Xi minder spanning op dan hoogbegaafdheid.

Prestatie of meesterschap

Voor veel mensen wordt hoogbegaafdheid vooral bepaald door de verwachting van ‘toeschouwers’ dat er dan ook iets bijzonders moet worden gepresteerd. Een zeer hoge score op een IQ-test is doorgaans verplicht, maar vaak niet voldoende om volgens het oordeel van anderen hoogbegaafd te mogen heten: de aandacht gaat dus sterk naar ‘resultaatgericht presteren‘.
Sommige mensen gedijen goed bij dergelijke externe prikkels. Anderen raken verlamd door hun gevoel extreem te moeten presteren om aan andermans al dan niet expliciete verwachtingen te voldoen.

Bij Xi is er geen extern bepaalde norm of verwachting waar aan voldaan moet worden: De Xi-er heeft zelf (h)erkend dat de kenmerken van Xi van toepassing zijn. De persoonlijke uitdaging die daaruit volgt, is om vanuit intrinsieke motivatie toe te werken naar het bereiken van meesterschap in iets.
Het proces is daarbij relevanter dan het resultaat: Door het proces goed te doorgronden, ontdek je hoe je het resultaat kan verbeteren en hoe je je eigen grenzen kan oprekken. De drie goede gebruiken zijn behulpzaam bij dat proces.
Kennis van je Xidentiteit en besef wat eigen expressie voor je betekent, helpen je om gemotiveerd te blijven, je eigen verwachtingen te hanteren en te vermijden dat je stil valt.

Functionaliteit van een IQ-test

Een IQ-test meet IQ, maar de uitkomst wordt beïnvloed door je vermogen om zo’n test af te leggen. Uit eigen ervaring weten wij dat zeer intelligente mensen de test niet altijd succesvol afleggen. Ze falen bijvoorbeeld in een volle examenzaal, maar kunnen het onder andere omstandigheden opeens wel.
Daarnaast laat Gardner via zijn concept meervoudige intelligenties zien dat er verschillende soorten intelligentie bestaan, terwijl maar enkele soorten via de IQ-test worden gemeten.

Voor iemand die alleen wil vertrouwen op objectieve waarnemingen, blijft een IQ-test een logische keuze, ondanks de beperkingen ervan, inclusief het onbekende risico van een te lage uitkomst.
Vanuit het perspectief van iemand die zich in de kenmerken van Xi herkent, heeft het alleen zin om een IQ-test af te leggen, als de aard van de eigen intelligentie en de mate van ‘IQ-test-bestendigheid’ voldoende aansluiten op de karakteristiek van test en testsituatie.

Op de volgende bladzijde gaan we dieper op de betekenis van IQ-scores in.

   pagina